// Inhoud
In de Chinese provincie Yunnan houden restaurants een keukenwekker bij voor één bepaalde paddenstoel. De pan gaat vijftien minuten op het vuur en gasten krijgen het verzoek het gerecht niet aan te raken voordat de wekker afgaat. De reden voor die strengheid is vreemd: een niet gaar gebakken paddenstoel laat mensen een halve tot een hele dag later kleine mensjes zien. Tientallen of honderden figuurtjes, van een paar centimeter tot dertig centimeter hoog, wandelen over de tafel, tuimelen van de rand en lopen om de borden heen in plaats van erdoorheen.
Plaatselijk heet hij jian shou qing, “wordt blauw in de hand”, omdat het vlees van kleur verandert waar je het breekt. De wetenschappelijke naam is Lanmaoa asiatica, en bijna honderd jaar lang was hij een raadsel. In juni 2026 toonden mycologen van de University of Utah aan dat vergelijkbare verhalen uit China en de Filipijnen naar dezelfde soort terug te voeren zijn. Zelfs Albert Hofmann, de chemicus die LSD ontdekte, testte in de jaren zestig soortgelijke paddenstoelen uit Nieuw-Guinea en vond er niets in. Nu hebben onderzoekers in jian shou qing noch psilocybine noch de genen om het te maken gevonden.
Mensjes die zich aan de regels houden
Artsen noemen deze visioenen lilliputhallucinaties, naar de piepkleine bewoners van Lilliput in Gullivers reizen. Meestal zijn ze een zeldzaam ziekteverschijnsel. Bij jian shou qing zijn ze de regel. Volgens ziekenhuisdossiers uit Yunnan, aangehaald door promovendus Colin Domnauer, zag zo’n 96% van de patiënten die na zo’n maaltijd medische hulp zocht kleine mensjes. De visioenen, zei Domnauer in een interview, duren enkele dagen, soms weken.
Mensen die elkaar nooit hebben ontmoet, beschrijven dezelfde details. Zo’n 90% heeft het over figuren die lijken op elfen, clowns of feeën in felle kleren, tussen de 3 en 30 centimeter groot. Domnauer vertelt op de blog van het museum het verhaal van een professor uit Yunnan. Hij tilde een tafelkleed op en zag eronder honderden mensjes als soldaten marcheren. Toen hij het kleed hoger optilde, kwamen hun hoofden los en bleven aan de onderkant van het kleed plakken, terwijl de lichamen ter plekke doormarcheerden. De professor mat ze zelfs op: ongeveer twee centimeter. In een ander verhaal zag iemand die soep at de figuurtjes van de lepel in de kom springen en erin zwemmen. Toen hij nog een lepel nam, waren ze nog steeds te zien in zijn mond.

Het vreemdste is dat de visioenen zich aan de natuurkunde houden. “Ze lopen niet door muren of zo,” zegt Domnauer. De lilliputters van patiënten gedragen zich net zo: de Nederlandse psychiater Jan Dirk Blom, die honderden beschreven gevallen bestudeerde, telde dat de figuurtjes in 97% daarvan in de echte omgeving “leefden”, op de vloer, een tafel of een deken.
Negentig jaar “paddenstoelwaanzin”
Al in een taoïstische tekst uit de 3e eeuw wordt een soortgelijke paddenstoel genoemd: eet je hem rauw, waarschuwt de tekst, dan zul je “een klein mensje zien”. Westerse wetenschappers hoorden pas in 1934 van de kleine mensjes, uit het hoogland van Papoea-Nieuw-Guinea. De bevolking at een wilde paddenstoel die nonda heette, en sommigen kregen wat buitenstaanders “paddenstoelwaanzin” noemden. Een oudere man vertelde dat hij piepkleine mensjes had gezien met paddenstoelen rond hun gezicht.
// Tijdlijn
- Een taoïstische tekst noemt een paddenstoel die je, rauw gegeten, “een klein mensje” laat zien
- Berichten over “paddenstoelwaanzin” uit Papoea-Nieuw-Guinea
- Monsters van verdachte boleten komen bij Albert Hofmann terecht, en hij vindt geen werkzame stof
- In Yunnan worden vergelijkbare vergiftigingen beschreven
- Chinese mycologen beschrijven Lanmaoa asiatica aan de hand van marktexemplaren
- Domnauer brengt monsters van de sedesdem-paddenstoel mee uit het noorden van de Filipijnen
- Mycologia publiceert het artikel dat de paddenstoelen uit Yunnan en de Filipijnen aan elkaar koppelt
In de jaren vijftig en zestig pakten antropologen en mycologen het raadsel op. Ze beperkten de verdachten tot een paar boleten, verwanten van het eekhoorntjesbrood. Monsters gingen naar Albert Hofmann, die psilocybine had geïsoleerd en LSD had ontdekt. Als iemand een psychoactieve stof in een paddenstoel kon vinden, dan was hij het wel. Hofmann vond niets.
Daarna werd het stil rond het onderwerp. Onderzoekers concludeerden dat “paddenstoelwaanzin” eerder een sociaal dan een chemisch verschijnsel was: mensen verwachtten visioenen omdat dat nu eenmaal de gewoonte was, en dus kregen ze ze. De verklaring leek redelijk, tot er in de jaren negentig soortgelijke verhalen uit Yunnan kwamen, duizenden kilometers van Nieuw-Guinea. In 2008 wijdde de Amerikaanse mycoloog David Arora een artikel in Economic Botany aan de “kleine mensjes” van Yunnan. Maar welke paddenstoel de schuldige was, bleef onduidelijk: Lanmaoa asiatica werd pas in 2015 beschreven, naar marktexemplaren.
Eén soort, tweeduizend kilometer uit elkaar
Domnauer hoorde voor het eerst over de paddenstoel tijdens een les van mycoloog Tom Bruns en maakte er zijn proefschriftonderwerp van in het lab van Bryn Dentinger aan het Natural History Museum of Utah. In 2024 hoorde hij dat een gemeenschap in het Cordillera-gebergte in het noorden van de Filipijnen een wilde paddenstoel eet die sedesdem heet. Volgens de bewoners brengt ook die kleine mensjes, die daar zelfs een eigen naam hebben: ansisit.
Domnauer reisde er met lokale gidsen naartoe en verzamelde monsters. Zoals hij schrijft, had niemand de schimmels van die regio ooit wetenschappelijk onderzocht. DNA-analyse liet zien dat sedesdem en jian shou qing uit Yunnan dezelfde soort zijn, Lanmaoa asiatica. Meer dan tweeduizend kilometer zee en bergen scheiden de twee plekken, en men dacht dat de paddenstoel alleen in China groeide.
Twee gemeenschappen die niets van elkaar weten en de paddenstoel op verschillende manieren eten, beschrijven hetzelfde. “Dat wijst erop dat deze bizarre psychologische effecten geen culturele uitingen of toevalligheden zijn,” zei Domnauer in het persbericht van de universiteit.
Van de 17 Lanmaoa-soorten die het team telde, lijkt alleen L. asiatica visioenen te veroorzaken. Zijn naaste verwant groeit in Noord-Amerika. Niemand heeft gemeld dat het eten ervan visioenen oplevert, al kunnen die gewoon onopgemerkt zijn gebleven: bijna niemand eet die paddenstoel.
De paddenstoel uit Nieuw-Guinea blijft onbevestigd. Dentinger probeerde hem in Papoea-Nieuw-Guinea te verzamelen, maar ongewoon droog weer zat in de weg.
Geen psychedelica, zelfs niet in de genen
De bekendste hallucinogene paddenstoelen maken een van twee stoffen: psilocybine, zoals de “magic” mushrooms, of ibotenzuur, zoals de vliegenzwam. Om zo’n molecuul te bouwen heeft een paddenstoel genen nodig, een soort recept voor de enzymen die het stap voor stap in elkaar zetten. In het genoom van L. asiatica ontbreekt niet alleen de kant-en-klare stof, maar de receptpagina zelf, zelfs geen verre overeenkomst. Ook chemische tests leverden niets op. “We vonden er absoluut geen spoor van,” zegt Domnauer.
Denk nu terug aan de wekker in het restaurant. Koken vernietigt de onbekende stof, en daarom geldt een goed gare paddenstoel in Yunnan als delicatesse. De onderzoekers vergelijken rauwe en gekookte monsters en zoeken naar wat door de hitte verdwijnt. Volgens Domnauer hebben ze het werkzame deel van het extract teruggebracht tot een handvol kandidaten. Muizen die het paddenstoelextract kregen, gedroegen zich merkbaar anders dan de controlegroep, al zegt het gedrag van een muis niet hoe dicht dat bij een menselijk visioen komt.
Domnauer sluit niet uit dat de dader helemaal geen alkaloïde is, de klasse waartoe vrijwel alle bekende hallucinogenen horen, maar een groot eiwit. Eiwitten vallen bij verhitting vaak uit elkaar, dus dat idee spreekt de keukenwekker in elk geval niet tegen. Voorlopig is het een vermoeden, geen resultaat.
Waarom het brein mensjes tekent
Voor de geneeskunde is de vondst om meer dan haar exotische kant van belang. Lilliputhallucinaties komen bij veel ziekten voor. In 2021 bundelde Blom 226 beschreven gevallen, en de helft kwam neer op drie oorzaken: schizofrenie, alcoholgebruiksstoornis en verlies van het gezichtsvermogen. In 8% van de gevallen overleed de patiënt, maar dat waren mensen bij wie de visioenen bij een onderliggende ziekte hoorden. Blom stelt zonder omwegen dat deze hallucinaties niet zo onschuldig zijn als traditioneel wordt aangenomen.
Hoe het brein ze maakt, is niet volledig begrepen. Een verklaring die Blom overweegt, is dat de visuele gebieden van de hersenen, beroofd van hun gebruikelijke input, zelf beginnen te tekenen. Simpel gezegd: het is als een scherm dat bij een zwak signaal eigen beelden toont in plaats van een lege vlek. Geen wonder dat verlies van het gezichtsvermogen tot de belangrijkste oorzaken hoort.
Het probleem is dat zulke visioenen moeilijk te onderzoeken zijn. Ze komen zonder waarschuwing, bij zieke en oudere mensen, en laten zich in een lab niet oproepen. Jian shou qing is anders. “Hij veroorzaakt dit effect betrouwbaar, terwijl die aandoeningen het maar zelden uitlokken,” legt Domnauer uit. Als het molecuul wordt gevonden, hebben neurowetenschappers voor het eerst een manier om lilliputhallucinaties op afspraak aan te zetten en te zien welke delen van de hersenen actief zijn. Voorlopig behandelen artsen volgens Blom niet de visioenen zelf, maar de ziekte erachter, en zo’n molecuul zou het eigen mechanisme van de visioenen kunnen onthullen.
Terwijl het team van Dentinger het extract fractie voor fractie uitpluist, blijven koks in Yunnan de paddenstoel precies vijftien minuten bakken. Zonder het te weten voeren ze al lang het experiment uit waaraan de wetenschappers nu pas beginnen: uitzoeken hoeveel hitte nodig is voordat een onbekend molecuul mensen geen lilliputters meer laat zien.







